Veel zwembadsystemen zijn voorzien van één enkele platenwarmtewisselaar en zijn qua grootte uitgelegd op een luchthoeveelheid die ooit voldoende was om een piek in de vochtproduktie in de badhal af te voeren.
Door verhoging van de badwatertemperatuur in de afgelopen jaren en het aanbrengen van speeltoestellen als glijbanen en waterstralen is echter de vochtproduktie sterk gestegen en kan het zijn dat op piekdagen met de huidige ventilatie niet meer voldoende vocht kan worden afgevoerd. Dit heeft een stijging van de relatieve vochtigheid tot gevolg die het binnenklimaat bij die temperaturen onaangenaam maakt. Voor zwemmers maar vooral ook voor het personeel. Het grote gevaar schuilt echter in het condenseren van die extra vochtige lucht op plaatsen waar de constructie geen nattigheid kan verdragen.
Was de installatie ooit uitgelegd volgens de duitse VDI op een bepaalde ontvochtigingscapaciteit bij 9 gram vocht in de buitenlucht en 14,3 gram in de binnenlucht dan kan de oplossing gevonden worden in het ontvochtigen van de buitenlucht waarmee wordt geventileerd. Door deze bijvoorbeeld tot 5 gram vochtgehalte te ontvochtigen is het opnametraject niet meer 9 naar 14,3 gram maar wordt deze 5 naar 14,3 gram zodat met de aanwezige luchthoeveelheid 9,3 gram kan worden afgevoerd ipv de eerdere 5,3 gram ofwel een ontvochtigingscapaciteit die 75% groter is geworden.
Dit kan dus door de bestaande luchtbehandelingsinstallatie te handhaven maar een energiezuinige ontvochtiger te plaatsen op of bij de huidige buitenluchtaanzuiging.
De bestaande luchtbehandelingskast komt bij wijze van spreken in een droger buitenklimaat te staan en heeft het niet meer zo zwaar.
De warmtepomp die nodig is voor de koeling in de energiezuinige droger kan de onttrokken warmte afstaan aan het badwater want tijdens de piekuren is daar immers water verdampt die een groot deel van die verdampingswarmte heeft onttrokken aan datzelfde badwater.
Deze toepassing van de warmtepomp heeft dus een dubbele actie: de ontvochtigingscapaciteit wordt vergroot en ondertussen wordt op een energiezuinige manier het badwater verwarmd.
Omdat de huidige zwembadsystemen meestal een kruisstroomwarmtewisselaar bevatten die een (voelbaar) rendement behaalt van circa 40 tot 60% blijft er in de afblaaslucht nog veel warmte zitten. Maar ook de waterdamp in de afblaaslucht bevat nog veel warmte dit noemen we de latente warmte die vrijkomt bij het condenseren van die waterdamp.
In drogere perioden of in de bedrijfssituatie dat met de normale ventlatie het vocht afgevoerd kan worden hoeft de energiezuinige droger niet ingezet te worden voor actief ontvochtigen van de toevoerlucht. Een koelbatterij in de afblaaslucht kan in die perioden juist die warmte aan de afblaaslucht onttrekken welke door de warmtepomp naar een hoger temperatuurnivo wordt gebracht en zo in het stookseizoen kan bijdragen aan de verwarming van lucht, cv water, tapwater e.d.
De bestaande luchtbehandelingskast heeft aldus een fikse update gekregen:
- een hogere ontvochtigingscapaciteit gekregen
- een hoger warmteterugwinrendement zodat ook op andere momenten met een hoger percentage buitenlucht geventileerd mag worden om het binnenklimaat te verbeteren.
- de warmte kan aan het bad worden geleverd zonder oververhittingsgevaar
- de warmtepompinstallatie werkt met vochtige buitenlucht als bron efficienter dan de HR-ketel
- de warmtepomp kan in de rest van het jaar gebruikt worden om facultatief de afblaaslucht na te koelen en levert dan warmte op een veel efficientere wijze dan de HR-ketel
- de luchtbehandeling is aldus weer voor z'n taak berekend
- de luchtbehandeling is energieleverancier geworden
- de warmtepomp heeft een hoge bezettingsgraad
- de warmteonttrekking aan de afblaaslucht is facultatief zodat oververhitting wordt voorkomen welke wel voorkomt met systemen die de zwembadlucht in recirculatie ontvochtigen.
- huidige zwembadsystemen gaan bij hogere luchtvochtigheid buiten steeds minder goed werken tot een "nul" ontvochtiging bij 14,3 gram buiten en binnen. Het Hemmes systeem geeft echter ook dan nog een behoorlijke ontvochtiging juist omdat het ontvochtigen van de buitenlucht steeds eenvoudiger gaat.
Een nadeel is natuurlijk dat er een plaats gevonden moet worden voor de droogsectie en voor de warmtepomp. Omdat de luchtbehandelingskast vaak dicht op het buitenluchtrooster is geplaatst is een externe plaatsing van deze extra kastsectie de meest waarschijnlijke uitvoering.
Een ander nadeel is dat een warmtepomp een extra stroomverbruiker is die dus moet draaien op het moment dat het bad juist volop in bedrijf is en dus die ontvochtigingspiek veroorzaakt. Hiervoor moet in het contract maar ook in de schakelkast ruimte worden geschapen.