In het begin van de 20e eeuw pakten donkere oorlogswolken zich samen boven Europa. Alle grote mogendheden bewapenden zich. België was neutraal, maar was er niet zeker van dat het buiten de oorlog zou blijven. In 1909 werd de dienstplicht ingevoerd en in 1913 besloot België haar krijgsmacht te moderniseren en uit te breiden. Voor een aanval vanuit het oosten steunde de verdediging op de Forten van Luik. Eind juli 1914 werden een aantal lichtingen weer onder de wapens geroepen en op 31 juli besloot België tot mobilisatie op 2 augustus. Op 2 augustus ontving België een ultimatum van Duitsland dat vrije doortocht eiste. In de ochtend van 3 augustus wees België het ultimatum tot verrassing van de Duitsers van de hand. Een dag later overschreden Duitse troepen de grens.
Van de modernisering van het leger was nog weinig terechtgekomen, veel mannen waren nog maar net weer onder de wapenen en er was tot op het laatst onenigheid over de militaire plannen. Alles moest geimproviseerd worden. De rots in de branding waren de twaalf Forten van Luik. De forten zijn ontworpen door Gen-maj. Brialmont en gebouwd tussen 1888 en 1891. Men herinnert zich de Forten van Luik nog het meest door de inzet van zwaar belegeringsgeschut, onder andere de Dikke Bertha. Hoewel de Forten de Duitsers niet tegen konden houden en het Belgische leger moest wijken liepen de Duitsers vier dagen vertraging op in hun ambitieuze Von Schlieffenplan. Vertraging die de Fransen en Engelsen in staat stelden om zich te richten op de aanval vanuit het noorden en deze uiteindelijk te stoppen in de slag aan de Marne. Het belang van de verdediging van Luik werd door de Fransen uitgedrukt door de toekenning van het Legion d